lichaam

12 mei

Anna komt in het leven van Jessi. De rol van Anna in het boek is klein, maar cruciaal. Zoals later in het boek blijkt is zij niet alleen (onbedoeld) de verbindende factor tussen Jessi en Marius, maar ook tussen hemel en aarde. Anna staat symbool voor het hartchakra, dat zich ook in de hartstreek bevindt en dat gekoppeld is met de kleur groen. Zoals Anna zelf al aangeeft ligt dit chakra precies in het midden van alle chakra’s en legt het verbinding tussen hemel en aarde. Het vierde chakra staat voor liefde, empathie naar jezelf en anderen, vertrouwen, balans en… hoop! (Hoop is een belangrijk thema in het boek).

Energie en liefde
Het hartchakra is belangrijk voor de energie in ons lichaam en de liefde die ons spirituele leven voedt. Bij een goed functionerend hartchakra heb je onvoorwaardelijk lief, zorg je voor verbinding en warmte in je eigen leven, maar ook in het leven van anderen. Bij een minder functionerend hartchakra is het lastig om een diepe verbintenis met iemand aan te kunnen gaan. Het blijft bij oppervlakkige, vluchtige contacten. Daarin zie je het proces terug wat Jessi en Marius doorlopen.

In het betaaldeel van dit werkboek een oefening om het hartchakra te openen, ingesproken door Marcel Beijer.

10 november

Jessi krijgt contact met haar overleden kinderen. Is het een droom, een schijnwereld? Maakt niet uit: ze voelt iets en ze kan er iets mee.

BDE’s
Er zijn veel verhalen bekend van mensen die schijndood zijn geweest en zich dat kunnen herinneren. We noemen dat BDE’s (Bijna Dood Ervaringen). Deze ervaringen laten een aantal overeenkomsten zien. Zo zeggen de mensen die een BDE hebben ervaren dat zij los raakten van hun eigen lichaam. Ze zien daarbij hun eigen lichaam liggen waarbij ze zelf als toeschouwer van enige afstand toekijken. In een tunnel worden zij naar een ‘wit, vredig licht’ getrokken. Het is zo warm, zo liefdevol dat er een teleurstelling is wanneer de reanimatiepoging is geslaagd. Er zijn wetenschappers die deze sensaties toewijzen aan het hallucinerende brein. Maar die bewering is net zo aanvechtbaar als de overtuiging dat BDE’s wel reëel zijn.

Tip 63 – Wat een stervend brein niet kan
In het boek Wat een stervend brein niet kan worden bijna tachtig casussen beschreven die verzameld zijn door Titus Rivas, Anny Dirven en Rudolf Smit. Deze casussen zijn ontleend aan grondig onderzochte bronnen. De auteurs baseren zich niet alleen op mensen die een BDE hebben ervaren, maar richten zich ook op familieleden, vrienden, artsen of verpleegkundigen die er getuige van waren.

Tip 64 – Van en naar het licht
Rivas schreef samen met Anny Dirven het boek Van en naar het licht. Dit boek gaat over BDE’s, reïncarnatie, pre-existentie en sterfbedvisioenen. Sommige van deze fenomenen lijken een steviger wetenschappelijk fundament te krijgen.

In het betaaldeel van dit werkboek ga ik dieper in op de manier waarop professoren, op basis van het Veld, naar dood en bewustzijn kijken.

Schuiven naar boven